ZONDAGMIDDAGZOOI

KIK_picto_Ordelijk_HRKIK_picto_Vriendelijk_HR

Zondagmiddag laat kom ik binnen van een heerlijk middagje hockey en ik struikel over de schooltassen, sporttassen en logeertassen van mijn kinderen. In de keuken tref ik een poffertjesijzer, beslagkom met soeplepel en garde, een broodrooster en een smerig aanrecht vol met broodkruimels, druppels poffertjesbeslag en lege bordjes, bekers koffie en glazen thee. Ook zie ik uitgetrokken spijkerbroeken binnenstebuiten met het kruis omhoog, daarbovenop truien en hier en daar een uitgetrapte schoen.

Gelukkig ben ik alleen thuis, mijn man is met alle drie vertrokken voor een heerlijke boswandeling. Na mijn eerste irritatie over deze puinzooi, bekijk ik even de situatie. Dit is niet leuk en ik word hier niet blij van. Wat ga ik doen?

Ik besluit de ergste zooi op te ruimen en de afwasmachine uit én in te ruimen, met uitzondering van de meest zichtbare troep die mijn kinderen hebben gemaakt. Ik heb ruimte nodig om 3 overvolle wasmanden met schone was te vouwen, dus niets doen betekent dat ik ook geen ruimte heb om de was te vouwen. En die manden kijken me al 3 dagen hoopvol aan, dussss ik moet er even doorheen. Alle tassen verzamel ik, samen met de vuile was, schoenen, rondslingerende Donald Duck’s,  schoolboeken en schriften, op 1 centrale plaats in de keuken. Pontificaal in het midden, iedereen die binnenkomt ziet deze berg liggen. Zo, dat lucht op. Ik heb afgelopen jaren al minstens duizend keer aan hen gevraagd om hun tassen op te ruimen, nu staan ze overduidelijk in de keuken. Daar kan ik dadelijk heerlijk een punt van maken.

Vervolgens begin ik opgeruimd aan de schone was. Keurig een stapel per kind, zodat ze die straks ZELF naar boven kunnen brengen en in hun kast kunnen leggen. Mijn humeur knapt op.

Als ze even later thuiskomen, zet ik ze aan het werk. Ik ben niet meer boos of geïrriteerd, er is orde in de chaos. Dus ik laat ze hun zelf gemaakte puinhoop aanschouwen, keuken opruimen, afwasmachine inruimen, tassen naar boven brengen, vuile was in de vuilewasmand gooien, boeken, schriften en andere spullen naar hun eigen kamer brengen, en natuurlijk niet te vergeten de eigen schone gevouwen was. Wat me opvalt is dat ik er als een soort van verkeersagent bij moet blijven staan. Als ik niet vraag waar ze blijven als ze naar boven gelopen zijn, komen ze niet terug om hun volgende lading spullen op te halen. Jammer.

Aan het einde van de dag constateer ik tevreden dat met betrekkelijk weinig inspanning, de boel toch weer helemaal is opgeruimd én de schone was in de kasten ligt (in plaats van erop, zoals meestal). Maar ik zie ook dat er nog veel werk te doen is, voordat ze dit vanzelf gaan doen. Of in ieder geval sneller dan dat ik 5-6 moet herhalen ‘dat er nog steeds tassen, kleding en schone was in de keuken staat..’. En, dat ik daar dus nog wel wat opvoedwerk te doen heb. Daarom heb ik de kwaliteiten kaarten Ordelijk en Vriendelijk opgehangen, want er werd ook wel meer dan gemiddeld gemopperd en gevit op elkaar afgelopen dagen.

Dus daar hangen ze dan, duidelijk in het zicht, broederlijk naast elkaar. Aan mij om te zorgen dat ze genoeg aandacht krijgen, zodat het voor hen een gewoonte wordt om hun spullen op te ruimen. En wat vriendelijker naar elkaar te zijn, gewoon omdat het kan. Zonder dat ik er als een agent bij hoef te blijven staan.