TIENERDRAMA

Sinds kort heeft onze dochter een beugel op haar boventanden en op haar ondertanden. Dat viel even tegen. De kiezen konden niet meer op elkaar, er waren ook nog kussentjes elastiekjes op haar slotjes gezet en het deed ZEER. Kauwen was een probleem, en de binnenkant van haar wangen ging stuk, allemaal ongemakken.

Na een paar dagen trok het ergste gevoel weg, maar toen kauwde ze per ongeluk een slotje van haar kies af. Op zich geen nood, ze belde resoluut de ortho voor een reparatie afspraak. Tot nu toe chapeau. Goed geregeld kind.

Maar toen.

Ik had op hetzelfde tijdstip als haar ortho afspraak een werkafspraak die ik niet zomaar kon verzetten. Ze had het ook niet met mij overlegd, dus ik vroeg haar de avond ervoor hoe ze dat ging doen, want nu moest ze fietsend erheen en ze kende de route nog niet. Maar dat was geen probleem volgens haar, ze redde zich wel.

‘Echt schat? Lukt jou dat zo?’ Oh ja hoor, ze kwam er wel uit. Een andere bijkomstigheid was dat haar ketting van haar fiets was gelopen. Ze had nu dus ook geen fiets om erheen te gaan. Ze meldde het terloops en schonk er verder geen aandacht aan.

De volgende ochtend.

Ze was zoals gewoonlijk laat beneden want belangrijk belangrijk druk, druk, druk met haar haar en kleding voor die dag. Dus er was weinig tijd over voor ontbijt en uitleg van de route. Ik tekende de route in grote lijnen voor haar op een A4-tje en vroeg haar:

‘Hoe ga je er eigenlijk heen?’

‘Oh ja, mijn ketting ligt eraf mam, mag ik jouw fiets?’

Niet zo handig. ‘Nou, voor vandaag is dat geen probleem, maar je moet m wel repareren, want het is jouw fiets en jij moet zorgen dat ie gerepareerd wordt.’

De tijd begon te dringen, het ontbijt moest nog naar binnen en de route begreep ze bij nader inzien toch niet zo goed. De stress liep op, want hoe ging ze dat nu doen? En hoezo kon ik niet alsnog met haar mee? Ik legde uit dat ze dan met me had moeten overleggen en dat ik nog wel mijn afspraak had kunnen verzetten als ze dat eerder had aangegeven, maar dat ze zelf had gezegd dat dat écht niet hoefde. Lichte paniek verscheen in haar ogen.

Toen pakte ze haar tas en rook iets naars. De salade van 3 dagen geleden was gaan lekken en lag te stinken in haar tas. Ook dat nog!

Ik zag in één keer een hele rij executieve functies vastlopen. Opruimen, plannen, voorbereiden, overzicht hebben, vooruit denken, het was allemaal niet gebeurd. En nu liep de ochtend anders dan anders en zij liep ongelofelijk hard in haar eigen zwaard. Ze werd boos, heel boos. Die rot beugel, rot school, rot lunch, rot fiets, weet ik veel.

Ik voelde me kwaad worden maar hield me in. Ze had genoeg aan haar eigen gemopper op dit moment. Wel gaf ik aan: ‘Luister, als je hier gisteravond 5 minuten over had nagedacht en hier aandacht aan had besteed, was het nu niet zo’n gestress geweest. Het is belangrijk met dit soort dingen om hier op tijd over na te denken en het niet op het laatste moment te laten aankomen.’

Te veel. Ze stormde huilend de deur uit, maar bleef staan op de oprit. Ik opende de voordeur en vroeg wat er was. ‘Nu kom ik ook nog te laat op school! Het is gewoon een kutdag! En gisteren ook al!’

‘Dat is vervelend. Ga gewoon eerst naar school en fiets op tijd naar de ortho en leer ervan dat je de volgende keer eerder hierover na moet denken.’

‘Aan jou heb ik ook niks! Doei!’ en ze racete de straat uit.

Ok, hmmm, wat nu? Ik ging naar binnen en dacht er eens over na. Moet ik ingrijpen? Moet ik de ortho bellen en vragen of er vanmiddag nog een plekje is, zodat ik wel meekan met haar? Maar daar heeft zíj niet om gevraagd. Had ik hier eerder de regie moeten overnemen? Is dit nog teveel voor haar om dit zelf te regelen? Of wordt het tijd dat ze leert dingen tijdig te plannen en is het eigenlijk prima als het een keer fout gaat? Wat is het ergste dat er nu kan gebeuren? Ik werd verscheurd door het dilemma haar dit zelf te laten oplossen of in te stappen en het voor haar te gaan regelen.

Ik besloot het los te laten en af te wachten. In het ergste geval mist ze de afspraak. Dat is te overzien. Als het mis gaat, gaat het mis. Zo boos op mij worden over iets wat ze zelf heeft gecreëerd en dan wegfietsen? Het voelt voor mij beter om dat even bij haar te laten.

Een uur later gaat mijn telefoon. Ik ben me aan het voorbereiden voor mijn afspraak.

‘Mam, sorry! Ik ben onderweg. Ik heb er niet goed over nagedacht hoe dit moest, met die afspraak en naar de ortho fietsen. En sorry dat ik zo lelijk tegen je deed.’ Mijn hart smelt, ze heeft zo’n goed hart.

‘Ik ben blij dat je sorry zegt. En waar ben je nu?’ Ik leg haar uit hoe ze nu moet fietsen en vraag haar: ‘Wat gebeurt er dan, dat je zo boos wordt?’ We praten er even over en dan komt het hoge woord eruit: ‘Mam, ik word al een hele tijd met een rotgevoel wakker.’ Dat heeft ze me wel eens eerder verteld, maar dacht dat het wel weer over zou gaan. En inderdaad, de ochtend is niet haar beste tijdstip van de dag.

Ik zie de schoonheid van het hele incident en ben blij dat ik niet boos ben geworden EN dat ik niet heb ingegrepen maar haar heb gelaten met de ervaring van het vastlopen in je eigen chaos.

En omdat ik het niet heb overgenomen en niet boos ben geworden, is er nu ruimte voor haar probleem. Beter voor mij én beter voor haar. Hoewel het een mini-stap is, voelt het voor mij als een enorme overwinning.

Ik hoor ook dat het serieus is. Dus ik zeg: ‘Heb je dat nog steeds? Ik ben blij dat je dat zegt. Dat is vervelend en dat duurt te lang, dus daar ga ik je bij helpen. We gaan erover praten of we gaan er hulp voor zoeken.’

Ik kan de opluchting aan de andere kant van de lijn bijna horen. ‘Fijn, mam.’ ‘Ja, schat, dat is echt niet fijn, elke dag zo wakker worden. Daar gaan we wat aan doen.’