Category Archives: Blogs

Opvoeden is een baan

Als kinder en gezinscoach, ontwikkelaar van de KIK methode en de KIKbox en moeder, merk ik vaak hoe er geworsteld wordt met opvoeden. Hoe ik zelf worstel met opvoeden. Achter elke voordeur vindt op een of andere manier wel een worsteling plaats met het grootbrengen van kinderen. Over grote en kleine thema’s, variërend van ‘het dopje terugschroeven op de tandpasta tube’ tot thema’s als zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.

Zeg ik iets of zeg ik niets? Word ik boos of kan ik me beheersen? Is dit om te lachen of om te huilen? Ben ik nu ontroerd of moet ik me zorgen maken? Kunnen ze dit zelf oplossen of moet ik me ermee bemoeien? 1000 dilemma’s per dag.

En alle kleine issues, zoals bijvoorbeeld het tandpastatubedopje (kei mooi scrabble woord by the way) zijn weer onderdeel van de grotere thema’s. En grote thema’s uiten zich weer in kleine zaken zoals gedrag, in grote en kleine woorden en gebaren.

Opvoeden gaat over herhalen, herhalen en herhalen. Over eindeloos vertellen dat jassen áán de kapstok horen te hangen en niet eronder of ernaast. Dat schoenen, tassen, kleren en natte handdoeken een eigen vaste plek hebben. Dat je je rommel opruimt, dat je geen lege verpakkingen op straat gooit, dat je vriendelijk bent tegen anderen, dat goed voor jezelf zorgen een uiting van liefde is voor jezelf. Dat soort dingen en nog 1000 andere.  En terwijl je ze dit allemaal leert, leer je ze tegelijkertijd om zélf na te denken, te kijken wat ze zélf leuk vinden, waar ze energie van krijgen, te ontdekken waar hun talenten, kwaliteiten en interesses liggen en ook hun struggles en zwakheden. Daar zit ook weer wat tegenstrijdigs in, enerzijds leggen we van alles op, anderzijds vragen we hen van alles zelf te bepalen.

Opvoeden gaat ook over er zijn op het juiste moment, over soms de andere kant op kijken, soms júist niet. Het gaat over afwegen of je ingrijpt om bij te sturen, of juist laat gaan om je kind zelf te laten ervaren en leren. Het gaat over een continue afweging en afstemming wat op dat moment nodig is voor je kind. Of voor jou. Opvoeden gaat over het leven zelf. Over hoe jij het leven ziet en wat jij aan je kind wilt doorgeven.

Maar opvoeden gaat voornamelijk over het doorgeven van liefde. Over wat jij over liefde denkt en hoe jij denkt dat liefde voor het leven eruit kan zien of hoort te zien. Hoe jij de liefde wilt overbrengen naar je kind.

Opvoeden is een baan, nee, wacht, het is meer, het is een levenstaak.

Opvoeden is een baan zonder beloning in geld.

Met werktijden die je in geen enkele andere baan acceptabel zou vinden, je zou ze niet eens overwegen.

Met dilemma’s waar je geen keuze in kunt maken en het toch moet en doet.

Met vallen en opstaan.

Met continu nieuwe vraagstukken waar je geacht wordt een oplossing voor te hebben en een antwoord op te geven.

Met een functie omschrijving waarvan je bij een aantal items denkt: Pardon? Serieus? Wie heeft dit bedacht? En bij andere weer: ooooohhhh dat is mooi, dat wil ik ook heel graag. Jaaaaaaaa! Dit is wat ik wil!

Opvoeden is onze ode aan de liefde voor onze kinderen. Standby voor 24/7 en 365 dagen per jaar. Je mag alleen af en toe zelf je tijden invullen. Hoera! Voor de belangrijkste en onzichtbaarste baan op aarde.

 

Koningsnacht met pubers die bijna-af zijn

Vrijdag was het Koningsdag en de avond ervoor was het Koningsnacht. Voor onze dochter van 17 één groot feest met associaties naar het carnaval, waar ze dit jaar ook voor het eerst aan geroken heeft (met mij binnen handbereik aanwezig). Dat beviel uitermate goed en smaakt naar meer.

Ze wil naar Utrecht met een groep vrienden en vriendinnen. Volgens haar informatie rijden er de hele nacht treinen van Utrecht terug naar Hilversum, dus ze ziet geen enkele reden waarom ze ‘op tijd’ weer thuis zou moeten zijn. Wij, haar vader en ik, zien dat duidelijk anders. Uitgaan is een ding waar we afspraken over maken, dat vindt ze al lastig. Grenzen zijn er om overschreden te worden. Het is onze taak om ze te stellen. Afgelopen maanden verandert ze de afspraken ook elke keer, bij voorkeur via het oncharmante kanaal van what’s app, en altijd als ze al op stap is. Laat op de avond dus en we alleen van afstand nog kunnen bijsturen. Daarnaast zijn we afgelopen maanden al een paar keer op middernachtelijke tijden uit bed gebeld. Eerlijk is eerlijk, 1x kon ze er niets aan doen en 1x omdat ze onbezonnen al dansend van een tafel was gesprongen en daarbij haar enkel zwaar verstuikte, maar toch.

We hebben de middag vóór Koningsnacht een moeizame discussie met haar over feesten in een grote stad, Utrecht, op stap gaan met een grote groep, alle andere mensen die ook op zo’n feest rondlopen, drankgebruik als wij er geen zicht op hebben, feesten midden in de nacht als je 17 bent en de grens die wij daaraan stellen. Dat gaat natuurlijk allemaal over loslaten, vertrouwen, begrenzen, vrijheid en verantwoordelijkheid. Eerder schreef ik al eens een blog over de driehoek vrijheid, verantwoordelijkheid en vertrouwen. Nou, dit onderwerp past daar naadloos in.

Eén van haar argumenten is dat ALLE ANDEREN waar ze mee op stap gaat, geen eindtijd hebben meegekregen en zij dan de party pooper zou zijn door dat wél te hebben. Als ik check met wie ze gaat, kan ik dat maar moeilijk geloven. Dus ik geef aan dat ik dat even check bij de ouders van één van haar vriendinnen, die ik goed ken. Dat lucht op, zij zien het hetzelfde als wij dat doen en het vergemakkelijkt de discussie behoorlijk. De andere ouder en ik bespreken welke thuis tijd we acceptabel vinden, dan kunnen ze met elkaar kiezen wat ze willen. Opeens is de eindtijd van het uitgaan geen issue meer. Mooi, die grens staat.

Daarnaast ben ik een groot voorstander van gematigd alcohol gebruik. En ja, ik ben géén voorstander van helemaal geen alcoholgebruik onder jongeren tot 18 jaar. Ik begrijp dat de wet het zo regelt uit de beste bedoelingen maar ik zie het anders. Jongeren zijn volwassenen in wording, maar ze zíjn het nog niet. Ze zijn puber om te experimenteren, uit te proberen, grenzen te ervaren, fouten te maken, en te leren. Vooral heel veel te leren. Alcohol is daar een onderdeel van. Grenzen leren kennen is daar een onderdeel van. En ik ben van mening dat ze dat het beste kunnen doen als wij, hun ouders of opvoeders, daar zicht op hebben. Als ze nog thuis wonen. Omdat we het er dan over kunnen hebben, ze kunnen laten proeven en proberen. Dat de fouten die ze dan maken, nog vrij makkelijk gecorrigeerd kunnen worden. Omdat ze nog in de relatieve veiligheid van hun thuissituatie zijn.

En ik ben een beetje klaar met de hypocrisie van de tegenwoordige tijd. We mogen niet meer drinken, we mogen niet meer roken, onze kinderen worden 24/7 gevolgd en moeten continu binnen de lijntjes kleuren. We moeten allemaal brave burgers worden die over het gebaande aangelegde pad lopen en in het gareel blijven. En onze kinderen moeten aan allerlei brave verwachtingen voldoen. Ze moeten goed presteren op school (was vroeger ook veel minder belangrijk voor onze ouders, wat ik me herinner), moeten gezond eten en presteren op het sportveld. Ze mogen veel minder zich vervelen en lummelen, ze moeten entertaint worden. Terwijl de puberteit, en trouwens de rest van het leven ook, daar niet voor bedoeld is. Verandering wordt gecreëerd door onredelijke mensen, die de gevestigde orde niet accepteren. Door mensen die altijd een beetje puber blijven, die grenzen overschrijden, fouten maken, op hun bek gaan, daarvan leren, zich regelmatig vervelen en lummelen, wat ook nog hun creativiteit stimuleert.

Even terug naar de discussie met onze dochter. Ik gun haar haar vrijheid, haar plezier en haar leerervaringen. En ja, ook ik hoop dat ze niet te ver uit de bocht hoeft te vliegen om van haar fouten te leren, haar verantwoordelijkheid te nemen zodat ze het vertrouwen verdiend om haar vrijheid te geven. We hebben haar nog 1,5 jaar onder onze hoede voor ze waarschijnlijk uitvliegt en haar eigen leven buitenshuis gaat starten. Dus in deze tijd is het onze taak om haar zo goed mogelijk voor te bereiden op haar zelfstandige volwassen leven.

Lang verhaal kort, ze vliegt uit de bocht. Om kwart over elf word ik gebeld door een vriendin van haar, dat ze bij de EHBO post van het feest zit. Te veel drank. Of ik haar kan komen halen, want ze mag alleen door haar ouders worden opgehaald. Ik ken Utrecht gelukkig goed want ik heb er 5 jaar met mega veel plezier gewoond en gestudeerd. Ik mopper natuurlijk dat het toch is misgegaan, en stap in de auto. Ik worstel me door de Utrechtse feestgangers en tref haar slapend aan, de vriendin trouw zittend aan haar zijde. Ze ziet me en mompelt direct: ‘Sorry, mam. Sorry, sorry, sorry.’ Terwijl we de EHBO post uitlopen en ik de EHBO vrijwilliger meerdere keren bedank voor zijn liefdevolle, belangeloze vrijwilligerswerk, zeg ik tegen de politie agent die voor de deur staat: ‘Nou, het zal je kind maar wezen.’

De dochter zelf is teruglopend naar de auto in een opperbest humeur. Maar zodra we rijden valt ze in slaap. Ze is heftig ziek en slaapt en spuugt de hele Koningsdag zelf. Gelukkig geeft ook haar lichaam uitstekend zijn grenzen aan.

Terugkijkend op het hele incident, zijn er een aantal leerpunten. Ze heeft vriendinnen die op haar letten, zoals zij ook op hen let. Dat vind ik een geruststellende gedachte. Ze heeft haar grens met alcohol verkend en ze heeft de consequenties gevoeld en ervaren. Ze heeft haar eigen kwetsbaarheid gezien en de (destructieve) kracht van alcohol. Ze heeft het verschil ervaren tussen feesten en uitgaan in een relatief kleine plaats en een grote stad. En intussen heeft ze ook nog plezier gemaakt. Ja zeker, ook dat is een leerpunt.

Begrijp me goed: ik ben géén voorstander van grenzeloos alcohol gebruik. Ik ben voorstander van leren in een veilige omgeving. Onder toezicht. Van ervaren binnen veilige grenzen. En ik ben voorstander van eerlijkheid, van duidelijkheid en van matigheid. Ik ben erg van ervaren binnen bandbreedtes. Elke week of meerdere malen je kind dronken zien duidt vaak op een ander onderliggend probleem. Wat dan aangekeken mag worden.

Maar ervaren op een manier waarbij de schade beperkt en herstelbaar blijft, vind ik een gezonde zaak.

Immers zijn we niet allemaal jong geweest? Hebben we zelf in de tijd van ons 16e tot ons 24e (ongeveer) niet regelmatig behoorlijk domme dingen gedaan? Waar wij nog mee weg kwamen omdat er geen mobiele telefoons waren en we nog redelijk anoniem van alles konden uitvreten? Zaken waar onze ouders gewoon geen weet van hadden, omdat we veel makkelijker onze goddelijke eigen gang konden gaan? Waar presteren en braaf zijn nog veel minder ‘moesten’?

Daarom steek ik hier een hart onder de riem voor alle ouders die worstelen met grenzen en ervaringen voor hun pubers. Die hun kinderen aan de maatschappij willen afleveren als liefdevolle, zelfstandige, verantwoordelijke mensen die steeds meer hun eigen weg kunnen gaan. En de schaduwkant van fouten maken, teleurstelling ervaren, grenzen overschrijden die erbij hoort, aankunnen. Die accepteren dat onze kinderen niet aan het ideale plaatje voldoen. Dat ze domme dingen doen, die ze zelf wellicht ook gedaan hebben. Die weten dat de hypocrisie van nu geen leukere mensen van ze maakt. Die weten hoe het was om net zo oud te zijn als hun eigen kinderen nu en daar met liefde en de wijsheid en ervaring van hun huidige leeftijd naar kijken. Aan al die ouders: You are not alone.

PICK YOUR BATTLES

Ik heb momenteel 2 pubers in huis en 1 dochter die het nest al heeft verlaten. De 2 pubers zijn momenteel behoorlijke echte pubers. Ze vinden me regelmatig irritant, ouderwets en stom. Ze lachen me uit om mijn (gebrek aan) digitale snelheid, kennis en kunde. En vooral hebben ze een mening over wat ik doe en wat ik zeg, hoe ik loop, wat we eten en de regels die ik hen opleg.

Af en toe, als ik uit het schijnbare niets weer een onweersbui over me heen krijg, schrik ik. Oef, die had ik niet zien aankomen. Of ik word boos, en heb de neiging om ongezouten uit mijn slof te schieten. Maar de keren dat ik dat deed (en doe), ben ik zolang bezig om het hele incident weer uit te praten, recht te breien en in perspectief te plaatsen, dat ik probeer zo min mogelijk uit mn stekker te gaan.  Het is makkelijker voor iedereen als ik niet óok als een puber reageer.

Een puber is bedoeld om zich voor te bereiden op zijn eigen volwassen leven. Daarvoor is het belangrijk dat hij een eigen mening vormt en duidelijk krijgt wat zijn interesses, talenten en kwaliteiten zijn. Tot die tijd kreeg hij vooral input van zijn ouders, leerkrachten en eventueel grootouders, buren en anderen die dichtbij staan. Maar zijn wereld wordt groter en de invloed van ouders en zo kleiner. Nieuwe vrienden, andere school, andere omgeving. Daarnaast verandert het lijf nogal heftig, het groeit ineens met sprongen en, de hormonen gieren er doorheen en de hersenen veranderen. Ze zijn ‘altijd moe’, kunnen eindeloos luieren en ongelimiteerd eten. Het is nogal wat.

Dus het is hard werken in de puberteit. En wij ouders, die alleen maar het beste willen voor ons kind en de puberteit al doorstaan hebben, vinden dat vaak irritant. Wij willen dat ze fit zijn, gezond eten, hun huiswerk maken, hun school goed doorlopen, de juiste vrienden hebben, zich fatsoenlijk kleden en zich ‘normaal’ gedragen. Maar dat is nou net waar die puber zich van wil losmaken. Van ons, ouders. Van onze regels, van onze ideeën, van onze mening, eigenlijk van alles dat wij met zoveel geduld, liefde en aandacht hebben aangereikt.

En helaas pindakaas voor ons, maar het is, tot op zekere hoogte natuurlijk, het goed recht van de puber om nu te gaan bepalen wat hij daar zelf van vindt en denkt. Naar mijn idee geldt bij uitstek daarom met pubers het advies: pick your battles. Geef ruimte waar je maar kunt, en wees duidelijk en consequent in wat je grenzen zijn. Laat ze rommelen, fouten maken, struikelen, blunderen, experimenteren, ervaren, inzichten opdoen, hun mening vormen en die mening weer herzien. Wees nieuwsgierig. Nieuwsgierig naar wat hen beweegt, hoe ze denken, wat ze vinden, wat ze willen en wat ze kunnen. Praat en vraag en laat je verrassen. Spiegel ze de consequenties van hun handelen en wacht af. Blijf in contact, hoe lastig dat soms ook is.

Hoe ik dat zelf dan doe? Tja, ik laveer. Ik kijk, doe, val en sta weer op. Ik laat dingen gaan en soms vind ik het te ver gaan en grijp ik weer in. Ik observeer de chagrijnige buien en probeer het niet persoonlijk op te vatten. Zelfs niet wanneer ze zeggen: ‘ik kom meestal vrolijk binnen mam, maar als jij hoi tegen me zegt, ben ik meteen chagrijnig.’ En bedankt. Ik stel af en toe eisen als het gaat over het opruimen van de keuken, hun etensresten en hun tassen en hun kamer. En wanneer ze denken dat ze tegen me kunnen praten zoals ze tegen hun vriendinnen doen: ‘Gast, wat dóe je??’ dat soort teksten, daar ben ik niet van. En ik zoek naar de humor, dat vind ik een mooie verbindingsingang. Ik probeer in contact te blijven, geen oordeel te geven maar vragen te stellen (heeeeeeel leerzaam voor mij). Het gaat regelmatig mis, maar hun directe ongezouten feedback maakt dat ik ook snel herstel en leer.

Of zoals mijn moeder regelmatig tegen me zegt: wij leerden onze kinderen praten, en nu leren zij ons te zwijgen.

Toetsweek stress

‘Mam, ik heb stemmen in mijn hoofd die zeggen dat het me niet lukt, en het leren lukt nu ook niet’. Het is toetsweek. De voorbereidingen gingen tot nu toe vrij makkelijk dus ik ben verrast. Het monster van de twijfel slaat toe in het hoofd van mijn dochter.

We zitten samen in de auto en ik merk dat mijn eerste impulsieve reactie er een van irritatie is, want ik reageer nogal bot: ‘Direct afkappen die gedachte en een andere ervoor in de plaats kiezen. Jij kunt dit prima’.

‘Uh, hoe dan?’

‘Nou gewoon, een andere gedachte kiezen. Stuur de gedachte die je dit vertelt weg. De gedachte is maar een gedachte en daarom nog niet persé waar. Jij bent niet je gedachten,  je kunt je gedachten sturen en veranderen’.

Ik denk aan de talloze keren dat ik naar Louise Hay heb geluisterd en haar dit heb horen zeggen. Hoe vaker we een gedachte denken, en hoe meer we geloven dat deze gedachte waar is, hoe meer deze gedachte waarheid wordt in ons leven. En als we andere gedachten gaan kiezen, verandert onze kijk op de wereld en daarmee ook onze wereld zelf.

Voorbeeld: als je vriendin ’s ochtends als je op school komt chagrijnig tegen je doet en jij voelt je snel aangevallen door anderen, zul je denken dat jíj iets verkeerd hebt gedaan. Waardoor jij misschien ook chagrijnig naar haar terug zult doen. Terwijl zij misschien chagrijnig is omdat ze te laat is opgestaan of haar moeder is vanochtend tegen haar uitgevallen. Iets waar jij helemaal niets mee te maken hebt. Maar als je daarentegen denkt: oeps, wat is er aan de hand met haar? Zou er iets gebeurd zijn?, heb je hele andere gedachten over dezelfde gebeurtenis. En vraag je wellicht: ‘wat is er met je? Is er wat gebeurd?’

2 verschillende reacties op dezelfde gebeurtenis, doordat je andere gedachten hebt bij wat je ziet. Zo kan dat ook het geval zijn bij het maken van toetsen.

Mijn dochter reageerde een beetje koel op mijn antwoord. Maar na 5 minuten zei ze: ‘hoe zou jij dit aanpakken met de KIK methode? Want ik vond je antwoord een beetje bruut’. Hmmm, touché. ‘Dan zijn er een paar dingen die ik zou voorstellen. Ik zou gaan kijken naar wat jij nu nodig hebt, bij voorbeeld zelfvertrouwen, of moed. En kijken hoe je daar nu zelf naar kijkt en hoe we dat kunnen versterken. Daarnaast zou ik voorstellen om, als de gedachte opkomt, de gedachte weg te sturen en er een helpende gedachte voor in de plaats te zetten.  Zoals in jou geval: ‘ik kan dit prima. Ik heb me goed voorbereid en ik weet waar de toets over gaat. Ik kan dit, ik wil dit, het lukt me.’ Of ik zou voorstellen om even een time out te nemen, als het bijvoorbeeld tijdens de toets gebeurt. En dan even je handen op je buik te leggen en te focussen op je ademhaling. Alleen maar in gedachten meepraten met je ademhaling: adem in,  adem uit. En de ademhalingen tellen als dat daarbij helpt. En wat ook vaak helpt als deze gedachten opkomen, is heel snel om en om met de vuist van je ene hand in de palm van de andere hand slaan en tegelijk zeggen: ik kan dit, ik wil dit, ik heb goed geoefend, het lukt me. Ik ga deze toets goed maken, ik weet wat ik moet doen, het lukt me, ik kan dit. Enzovoort enzovoort. (zie filmpje https://youtu.be/W5doZozR3P0 ).

Dit laatste is een techniek die ik heb geleerd uit de Emotioneel Evenwicht techniek van Roy Martina. Het is effectief en heerlijk om te doen. Je integreert hiermee wat je zegt in je beide hersenhelften.

Mijn dochter knikt tevreden: daar heb ik meer aan. Wat je daarvoor zei vond ik een beetje cru. Dank je wel, lieve schat. Daar heb ik ook weer wat aan.

 

Opvoeden is ‘werk in uitvoering’

Deze uitspraak, die ik onlangs las, is natuurlijk geen breaking news. Maar voor mij wel iets waar ik regelmatig tegenaan loop. Want hoewel ik al ruim 20 jaar moeder ben, kan ik nog steeds denken: ‘oh ja, dit is gewoon de volgende stap’. En daar moet ik dan over nadenken, wat van vinden, ernaar handelen en vervolgens voet bij stuk houden. Of mijn standpunt aanpassen, als mijn kind daar een goed argument voor aanvoert.

De grap is dat elk kind anders is en daarmee soms ook een andere aanpak vraagt, met andere regels en uitzonderingen. Dit vraagt om een constante alerte en bewuste houding van mij als ouder.

Onze jongste is vorig jaar naar de brugklas gegaan, en kwam in de eerste week al door met een verzoek over de what’s app, of meer een mededeling eigenlijk: ‘mam, ik ga vanmiddag na school met een clubje naar de stad. Ben rond 17.30 weer thuis.’

Uhh, ok? Of niet? Ik wist even niet zo goed wat ik hiervan moest vinden. Nog geen 12 jaar en in de eerste brugklasweek al op de fiets door al dat verkeer, onder het station door, zo naar de stad? Of ben ik nou een mutsenmoeder? Zit ik te pruttelen dat mijn kind al groter is dan ik wil? En hoezo geen vraag of het ‘ok’ is, maar een mededeling? Had ze mijn aarzeling voorzien en zo voorgesorteerd op een ‘ja’?

Ik besloot niet te mutsen maar haar veel plezier te wensen. Wel kon ik het niet nalaten te zeggen dat ze bij elkaar moesten blijven en goed op moest letten. Loslaten heet dat, toch? Nou vond ik dat al niet zo’n geweldige activiteit, dat loslaten van basisschool naar middelbare, ik hield van het kneuterige en knusse van de basisschool. Bovendien ging onze oudste dochter in datzelfde jaar van middelbare naar universiteit, inclusief op kamers wonen en lid worden van een studentenvereniging. Dus loslaten stond met neonletters op mijn voorhoofd, die zomer.

Vervolgens ging het ‘werk in uitvoering’ natuurlijk vrolijk verder. Alleen met vriendinnen een dagje Amsterdam met de trein. Pardon? Haar zussen waren in mijn herinnering toch echt wel een jaartje ouder, toen ze daarmee aankwamen. En de oudste ging met een vriendin 2,5 week naar Bali, met rugzak.

Wat mag wel, wat mag niet? Hoe hou ik contact als ze in Amsterdam loopt? Of met de ander in Bali? Wat als ze zich niet aan de gemaakte afspraken houden? Bla bla bla bla bla. Continu nadenken, afspraken maken, bijstellen, loslaten, controleren, handhaven. En weer door naar het volgende item. Opvoeden is echt werk in uitvoering. En een never ending story.

Social media, smart phones, beeldschermen en internet

Binnenkort staat de toetsweek bij onze kinderen van 17 en 13 weer voor de deur en daarmee sluipt zo langzaamaan de stress ons huis binnen. Er worden planningen gemaakt en de laatste lopende projecten worden afgerond zodat alle tijd kan worden vrijgemaakt voor de toetsen die eraan komen.

Wat mij opvalt aan alle tijd die er achter laptop en boeken wordt doorgebracht, is dat de smartphone er vaak bijna non-stop zoemend naast ligt, ten teken dat er elke keer een what’s app, snapchat of insta post binnenkomt. Als ik suggereer om dat ding uit te zetten of weg te leggen, krijg ik vaak te horen dat ze op een belangrijk antwoord op een vraag over de lesstof wachten of iets anders dringends. En intussen stromen de gefotoshopte selfies binnen.

En dat baart mij zorgen. Want hoe in godsnaam kun je je voor langere tijd goed (leren) concentreren als je continu wordt gestoord door al dat gezoem? Hoe ga je ooit leren om te focussen op de taak die voor je ligt, ook als je die geen biet interesseert? Want over een tijdje, als ze worden geacht volwassen te zijn en ook regelmatig taken moeten uitvoeren die hun gestolen kunnen worden, zullen ze dat zonder onze supervisie moeten doen.

Dit is het tijdperk waarin onze kinderen opgroeien, met continu afleiding en verleiding. We geven zelf natuurlijk niet het beste voorbeeld door ook vaak en veel op onze telefoon te zitten. En toch moet de verandering van ons, volwassenen, komen. Voor veel opvoeders is dit een lastig vraagstuk, wij worstelen er thuis in ieder geval ook mee.

We zijn hier thuis begonnen met alle smartphones en laptops te verbieden tijdens het eten. En op de slaapkamers na bedtijd. Omdat de verleiding soms te groot was als de slaap niet direct kwam.. Maar daarnaast is ook paal en perk stellen aan het gebruik van Netflix of überhaupt tv een ding geworden. Want óveral, ja óveral is tegenwoordig wifi en dus kun je overal Netflixen, what’s appen, snapchatten en insta-en. Dus er werd weer een nieuwe regel ingevoerd, toen er naar mijn smaak veel te vaak in de middag na school al series (twilight zone en vampire diaries, maar ook Friends is momenteel erg ‘in’) werden gekeken. Vóór 19 uur geen tv, Netflix of andere vorm van tv series of films kijken.

Ze wéten het, maar omdat de laptop ook voor school zaken en huiswerk wordt gebruikt, is harde controle lastig. En daarmee is dus niet uit te sluiten dat het ook niet meer gebeurt. Ik vind het een groot probleem. Want het is een essentieel onderdeel van hun tijdsbesteding geworden. Ze vervelen zich nauwelijks meer, ze bewegen minder, de echte 3D wereld lijkt steeds minder interessant te worden.

Mijn dochter vroeg me gisteravond hoe dat in mijn tijd was, of er toen ook al weleens nare ongewenste en/of blootfoto’s werden rondgestuurd en hoe wij daar mee omgingen. Toen ik haar vertelde dat dat in onze tijd simpelweg niet bestond, er geen mobiele telefoons waren en dat een camera en internet op je telefoon pas ongeveer 10 jaar normaal zijn, kon ze zich daar niets bij voorstellen. ‘Huh, écht mam? Wat deden jullie dán?’ Haar reactie was er een van oprechte verwondering maar het maakte me ook droevig. Een wereld zonder internet en wifi is voor hen haast ondenkbaar.

Daarom is het, naast duidelijke afspraken en regels, denk ik ook belangrijk dat we met ze blijven praten over de gevaren, voordelen en do’s en don’ts van wifi, smartphone, laptop en alles wat met beeldschermen en digitale werkelijkheid te maken heeft.

En ik ben een groot voorstander van wifi-loze tijd. Geen afleiding, geen verleiding, alleen de offline wereld. Met verveling, met stilte, met een echt gesprek, met spelletjes. Met echte mensen en echte emoties, met alle perfecte imperfecties van het leven. Hoe saai dat ook klinkt 😉

Moeilijk gedrag heeft altijd een goede bedoeling

Als moeder van 2 pubers en 1 ex-puber heb ik al behoorlijk wat puberperikelen voorbij zien komen. Motivatie gedoe, chaos en wanorde in hun hoofd en dus in en op hun kamer/agenda/wereld/leven, desinteresse, sociale druk, vrienden die een twijfelachtige invloed hebben, social media verslaving, game verslaving, faalangst, drank, drugs, eten of juist niet eten, dat soort dingen.

Ik vind pubers leuke mensen. Ze zijn op zoek, ze worstelen, ze zetten zich af, ze twijfelen aan alles wat hen tot nu toe is geleerd, kortom ze zijn op zoek naar wie ze zijn en wie ze willen worden. Los van of naast alles wat ze tot op heden hebben voorgeschoteld gekregen. Tegelijkertijd zijn ze nog kind en komen vragen om aandacht en soms om advies of jouw mening. Ze willen nog af en toe tegen je aanhangen op de bank, en dat je hun eten kookt en hun kleren wast.

De wereld van vandaag biedt hen ongelofelijk veel afleiding en verleiding. Veel meer dan de wereld waarin hun ouders opgroeiden. Er is overal eten en wifi. En veel meer controle en eisen die aan hen gesteld worden. Hun wereld is veel complexer dan pakweg de wereld van 30 jaar geleden, en de eisen die aan hen gesteld worden zijn groter. Hun leven is daarmee dus ook veel complexer en ingewikkelder.

Het is daarmee ook niet zo raar dat veel pubers het moeilijk hebben. En zich dus moeilijk gedragen, dingen doen, zeggen en denken waar je als ouder niet blij mee bent. Maar ze hebben het zwaar om een weg te vinden in een wereld die eisen en voorwaarden stelt. Om zich te verhouden tot die wereld en daar als aankomend volwassene een plek in te vinden.

Een van de inkoppers bij het opvoeden uit de KIK methode die ik vaak voor ogen hou als ik mijn kind iets hoor zeggen of zie doen waarvan ik denk dat het écht niet kan, is: Ga uit van de goedheid in het kind. Want:

MOEILIJK GEDRAG HEEFT ALTIJD EEN GOEDE BEDOELING.

Als ik met die bril op, kijk naar het gedrag van het kind, verandert mijn perspectief. Echt, het gebeurt elke keer weer, als ik vanuit mijn irritatie en oordeel kijk naar wat ik voor me zie, en ik besluit ernaar te kijken vanuit het perspectief: ‘wat is de goede bedoeling van dit gedrag?’, veranderen mijn gedachten en gevoelens bij wat ik zie. Ik ervaar meer compassie en, in alle eerlijkheid, ook meer interesse voor wat er omgaat in het hoofd en het leven van de volwassene-in-wording voor mijn neus.

En de grap is, ik hoef dan ook minder ‘te vinden’ van de situatie. Vaak geeft het al veel ruimte als ik zeg: ‘goh, ja, dat is wel lastig.’ Of: ‘zo had ik het nog niet bekeken. Hoe zie jij dat dan voor je?’

En dan luister ik. En ik vraag, want ik ben nieuwsgierig naar het explorerende tienerbrein. Zonder dat ik er direct een mening of een oordeel over hoef te hebben. Het helpt mij enorm, het maakt dat ik minder emotioneel reageer. Ik mag gewoon loslaten wat ze zelf kunnen oplossen. Ik kan aangeven wat ze kunnen doen, maar zij moeten het doen. Ik mag ze zelf laten worstelen en dealen met hun teleurstelling, want die is onlosmakelijk verbonden met volwassen worden.

Waarbij ik wel mijn eigen grenzen moet bewaken, want hé, die zijn er wel en daar dient rekening mee gehouden te worden.

Het opvoeden van een puber vraagt veel van een ouder, vind ik. Liefde, aandacht, interesse, loslaten, grenzen, duidelijkheid en af en toe de spreekwoordelijke ‘schop onder hun kont’. Het zijn net mensen.

 

STOMME KLEREN

Op een zonnige zondagochtend in de late herfst zijn we aan het werk in de tuin. Onze twee oudste kinderen (8 en 5 op dat moment) zijn aan het spelen en helpen af en toe mee. De jongste hobbelt er onwennig tussendoor, want ze kan net lopen.

Terwijl vrienden onze tuin in lopen voor een bakkie, horen we aan de andere kant van de heg dat onze buren ook in de tuin bezig zijn. De achterkant van onze tuinen grenzen aan een stukje boomwal en opeens staat de buurvrouw daar met een grote vuilniszak: ‘Uhh, hallo, zou het kunnen

ZONDAGMIDDAGZOOI

KIK_picto_Ordelijk_HRKIK_picto_Vriendelijk_HR

Zondagmiddag laat kom ik binnen van een heerlijk middagje hockey en ik struikel over de schooltassen, sporttassen en logeertassen van mijn kinderen. In de keuken tref ik een poffertjesijzer, beslagkom met soeplepel en garde, een broodrooster en een smerig aanrecht vol met broodkruimels, druppels poffertjesbeslag en lege bordjes, bekers koffie en glazen thee. Ook zie ik uitgetrokken spijkerbroeken binnenstebuiten met het kruis omhoog, daarbovenop truien en hier en daar een uitgetrapte schoen.

Gelukkig ben ik alleen thuis, mijn man is met alle drie vertrokken voor een heerlijke boswandeling. Na mijn eerste irritatie

3 V’s voor pubers: Vrijheid, Verantwoordelijkheid en Vertrouwen

3 V’S VOOR PUBERS: VRIJHEID, VERANTWOORDELIJKHEID EN VERTROUWEN. KIK_picto_Verantwoordelijk_HRKIK_picto_Vertrouwen_HR

Met n paar pubers in da house merk ik dat ze reageren op grenzen stellen, duidelijkheid bieden en vooral de driehoek Vrijheid, Verantwoordelijkheid en Vertrouwen.

driehoek-vrijheid-verantwoordelijkheid-vertrouwen

Deze 3-hoek heeft me al een aantal keer